Klik

Detailfoto

Vijftig met stoom verhitte droogcilinders per papiermachine drogen het geproduceerde papier. Een goede staat van onderhoud, ook van het binnenwerk van de cilinders, is essentieel voor een energiezuinig proces.

3. Milieubeleid


3.1 Milieubeleidsverklaring

3.2 Duurzame ontwikkeling

3.3 Milieuzorgsysteem

3.4 Milieuvergunningen

3.5 Meerjarenafspraken

 

3.1 Milieubeleidsverklaring

Milieubeleidsverklaring


1 Duurzame ontwikkeling
CVG houdt bij al zijn activiteiten rekening met de milieueffecten en gaat na of deze een duurzame ontwikkeling (Brundtland-definitie) niet in de weg staan. CVG streeft naar continue vermindering en preventie van milieubelasting en heeft als uitgangspunt om minimaal te voldoen aan de wettelijke verplichtingen en aan de eisen die voortkomen uit de convenanten die de branche met de overheid heeft afgesloten.

2 Personeel
CVG beschouwt het als een essentiële taak om de medewerkers zodanig op te leiden en te informeren dat milieuzorg effectief tot zijn recht komt.

3 Communicatie
CVG streeft in zijn communicatie naar een open en constructieve relatie met alle belanghebbenden. Over de intenties op milieugebied en over de uitvoering van het milieubeleid rapporteert CVG in het milieujaarverslag.

4 Milieuzorgsysteem
CVG heeft een milieuzorgsysteem opgezet dat voldoet aan de ISO 14001-norm en dat periodiek wordt geaudit. Verder wordt er tweemaal per jaar een milieuactieprogramma met concrete stappen opgesteld en geëvalueerd.

ISO 14001
ISO 14001 is een internationaal systeem van regels dat voorschrijft hoe een milieuzorgsysteem moet zijn opgebouwd. Deze regels schrijven voor:
  • hoe de milieusituatie van een bedrijf wordt geïnventariseerd, geregistreerd en gerapporteerd;
  • hoe klachten en meldingen worden verwerkt;
  • hoe de verantwoordelijkheden zijn vastgelegd;
  • dat een bedrijf er altijd naar streeft om de milieusituatie te verbeteren;
  • dat het milieuzorgsysteem regelmatig wordt gecontroleerd (geaudit).
 

 

3.2 Duurzame ontwikkeling

Brundtland-definitie Duurzame ontwikkeling is door de Wereldcommissie voor Milieu en Ontwikkeling onder voorzitterschap van Gro Harlem Brundtland in 1987
omschreven als een proces van verandering waarbij het ontginnen van hulpbronnen, het richten van investeringen en het sturen van technologische ontwikkeling en institutionele aanpassing met elkaar in harmonie zijn, en waarbij zowel de tegenwoordige als de toekomstige mogelijkheden worden vergroot om aan de menselijke behoeften te voldoen.
Ook CVG toetst bedrijfsprocessen aan deze definitie van duurzame ontwikkeling en probeert waar mogelijk deze duurzaam in te richten.

Grondstoffen
CVG streeft ernaar om uitsluitend celstof te gebruiken die vervaardigd is van hout uit duurzaam beheerde bossen. Celstof is onderdeel van natuurlijke kringloop en levert ook in de afvalfase geen milieuproblemen op.
CVG ondersteunt volledig de doelstelling van de VNP om zo snel mogelijk een internationaal erkend certificeringsysteem voor bossen in te voeren, dat door de belanghebbenden in de verschillende landen wordt geaccepteerd.

Vooruitlopend hierop zal CVG in VNP-verband en in overleg met milieuorganisaties en overheid onderzoeken op welke wijze duurzaam bosbeheer kan worden gestimuleerd.
Als vulstof past CVG calciumcarbonaat toe, een mineraal dat in de natuur overvloedig voorkomt. Bij het hergebruik van oudpapier wordt ook dit mineraal gerecycled. De derde kwantitatief belangrijke grondstof is zetmeel. Ook deze grondstof is vernieuwbaar.

Water
Proceswater en koelwater worden onttrokken aan en weer teruggevoerd in het oppervlaktewater. Er wordt dus geen gebruik gemaakt van grondwater.

Waterzuivering
Het effluent wordt effectief gereinigd tot een niveau dat duidelijk beter is dan
de vergunningseisen. De waterzuivering is gebaseerd op oxidatiebedden die
slechts weinig energie gebruiken.
Het slib kon tot voor kort nuttig ingezet worden in de landbouw. Het te hoge
gehalte aan minerale oliën in het slib laat deze toepassing niet meer toe.
Waarschijnlijk zal in 2002 opnieuw een nuttige toepassing gevonden worden, zodat het slib geen belasting vormt voor stortplaats of afvalverbranding.

Energie
CVG maakt gebruik van de schone energiebron aardgas. Deze fossiele energiebron is mondiaal gezien eindig. Het gebruik ervan is in essentie niet duurzaam wat ook geldt voor de resulterende emissie van vooral CO2. CVG benut deze energiebron echter met een zeer hoog rendement (circa 83 procent). De teruglevering van elektriciteit aan het openbare net spaart elders een aanzienlijke hoeveelheid primaire energie uit. CVG beijvert zich de bedrijfsprocessen nog energiezuiniger te maken. CVG is deelnemer aan de Meerjarenafspraak energie en het Convenant benchmarking energie-efficiency. CVG neemt voorts ook actief deel aan de projecten van het Kenniscentrum Papier en Karton, die in belangrijke mate gericht zijn op het efficiënter en energiezuiniger maken van de papierproductie.

Bodem
De bedrijfsprocessen van CVG hebben geen invloed op de bodem.

Transport
In 2002 wordt met medewerking van Novem een onderzoek verricht naar de mogelijkheden van een zogeheten ‘modal shift’. De onderzoeksvraag is of en hoe een deel van het wegtransport kan worden vervangen door transport per binnenschip. De gedachte daarachter is dat dit energiezuiniger is en het wegverkeer vermindert.

Productontwikkeling
De door CVG vervaardigde producten zijn niet giftig of anderszins schadelijk voor de gezondheid, en kunnen zonder beperking weer ingezet worden als secundaire grondstof. Celstofmateriaal dat niet meer geschikt is voor recycling kan verbrand worden onder gelijktijdige productie van energie. De daarbij ontstane CO2 kan via de atmosfeer weer in de kringloop terugkeren.

 

 

3.3 Milieuzorgsysteem

CVG heeft de milieuzorg in de organisatie verankerd via een intern milieuzorgsysteem, dat in 1997 gecertificeerd is volgens de ISO 14001-norm. Sinds 2000 is de milieuzorg geïntegreerd in het KAM-systeem (kwaliteit, arbo en milieu).
Het milieuzorgsysteem wordt gelijktijdig geaudit met het volgens ISO 9001 gecertificeerde kwaliteitssysteem. In 2001 zijn er elf interne audits uitgevoerd.
Daarnaast voerde het Bureau Veritas twee externe audits uit. Tijdens de audit in november werd één tekortkoming geconstateerd: desgevraagd kon niet worden aangetoond dat de leveranciers conform de procedure beoordeeld worden en dat de indirecte milieuaspecten voldoende in kaart zijn gebracht.
CVG heeft stappen ondernomen om de leveranciersbeoordeling te verbeteren.

In 2001 is de maandelijkse interne milieu-inspectieronde ingevoerd met als doel om tijdig situaties te signaleren die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Aandachtspunten tijdens de rondes zijn de opslag van chemicaliën, emballage en afval, netheid en orde op het bedrijfsterrein en in de gebouwen, en bijvoorbeeld lekkages. Waar mogelijk neemt CVG direct maatregelen of onderzoekt wat nodig is om de situatie te verbeteren.

Zeven provinciale milieufederaties hebben met de Stichting Natuur & Milieu eenendertig Nederlandse milieujaarverslagen bestudeerd, waarbij de belangrijkste criteria waren: betrouwbaarheid, communicatie, actuele milieubelasting, milieubeleid en beschrijving van het productieproces. Op 2 april 2001 vond bij CVG een bijeenkomst met een feestelijk tintje plaats, omdat CVG een van de vijf bedrijven bleek te zijn met het beste verslag (zie onderaan deze pagina).

 

 

3.4 Milieuvergunningen

CVG beschikt als papierproductiebedrijf over vergunningen ingevolge de volgende wetten:
  • Wet milieubeheer (Wm). Revisievergunning verleend in 1987.
    • 1988: uitbreiding vergunning voor AWZI;
    • januari 2001: revisievergunning Wm aangevraagd; de ontwerpbeschikking is op 9 oktober 2001 voor zes weken ter inzage gelegd.
  • Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo). Revisievergunning verleend in 1996.
    • mei 1999 en augustus 2000: gedoogbeschikkingen van Rijkswaterstaat (RWS) in verband met overschrijding van lozingseisen door verstoring van AWZI;
    • december 2000: revisievergunning Wvo aangevraagd, in coördinatie met de Wm-vergunning; ook deze ontwerpbeschikking is op 9 oktober 2001 voor zes weken ter inzage gelegd.
  • Wet op de waterhuishouding. Vergunning verleend in 1999.
  • Kernenergiewet. Revisievergunning verleend in 1997 in verband met het gebruik van kleine radioactieve bronnen in procescomputersensoren. In december 2001 is een aanvraag ingediend voor het gebruik van een radioactieve ijzerbron voor de meting van het vulstofgehalte van papier.

In 2001 zijn de aanvragen voor de revisievergunningen en de ontwerpbeschikkingen in het kader van de Wm en Wvo gelijktijdig ter inzage gelegd, zodat derden de milieusituatie bij CVG en de vergunningen kunnen beoordelen. De Wm- en de Wvo-vergunning zijn door het bevoegd gezag zoveel mogelijk beperkt tot hoofdzaken. Daardoor komt er meer verantwoordelijkheid bij het bedrijf te liggen en krijgt het bedrijf meer ruimte om zelf te bepalen hoe het zijn milieudoelstellingen wil bereiken. CVG voldoet aan de vereisten voor een vergunning op hoofdzaken, namelijk een gecertificeerd milieuzorgsysteem, een goedgekeurd bedrijfsmilieuplan (BMP), een milieujaarverslag, een goed nalevingsgedrag en een open relatie met het bevoegd gezag.
De Milieufederatie Noord-Holland heeft in oktober 2001 enkele bedenkingen
tegen de Wm- en de Wvo-ontwerpvergunningen ingediend. Op 8 februari 2002 is de beschikking opnieuw voor zes weken ter inzake gelegd. Buiten de overwegingen ten aanzien van de ingebrachte bedenkingen zijn er geen veranderingen ten opzichte van de ontwerpbeschikking aangebracht.

 

 

3.5 Meerjarenafspraken

CVG beschikt niet alleen over diverse vergunningen, maar heeft ook een aantal meerjarenafspraken tussen de papier- en kartonindustrie en de overheid (mede)ondertekend. De hieruit voortkomende verplichtingen zijn opgenomen in het BMP 2000-2003 (zie hoofdstuk 4).

Intentieverklaring uitvoering milieubeleid papier- en kartonindustrie
(1996-2010)
In deze verklaring zijn de emissiereductiedoelstellingen uit de nationale milieubeleidsplannen vertaald naar een zogenoemde integrale milieutaakstelling van onze bedrijfstak. Als uitwerking hiervan stelt CVG in nauw overleg met de provincie en RWS per planperiode van vier jaar een BMP op waarmee invulling wordt gegeven aan de milieuafspraken (zie ook hoofdstuk 4).

Convenant benchmarking energie-efficiency
(1999-2012)
Tijdens de klimaatconferentie in Kyoto in 1997 heeft de Nederlands overheid afspraken gemaakt over de CO2-emissie als gevolg van energieopwekking. In 2012 moet de totale Nederlandse CO2-emissie 6 procent lager zijn dan in 1990. Het Convenant benchmarking energie-efficiency houdt in dat energieintensieve ondernemingen (energieverbruik groter dan 0,5 PJ per jaar) tot de wereldtop moeten (blijven) behoren. De 227 deelnemende ondernemingen krijgen geen additionele, nationale maatregelen opgelegd die zijn gericht op verdere energiebesparing of CO2-reductie. In juli 1999 heeft CVG het Convenant benchmarking energie-efficiency ondertekend.

In 2000 hebben KPMG Milieu, Jaakko Pöyry en het Verificatiebureau Benchmarking Energie-efficiency onderzoek verricht om de zogenoemde wereldtop van de relevante procesinstallaties vast te stellen. CVG is vergeleken met de best presterende papierfabrieken ter wereld in de sector houtvrij ongestreken papier – de benchmark. Hierbij is gebruik gemaakt van een onderzoek naar het energieverbruik over 1998 dat door Gasunie is uitgevoerd.
Om een betrouwbare vergelijking met de wereldtop mogelijk te maken en zo min mogelijk correctiefactoren te hoeven toepassen, zijn de Nederlandse bedrijven ingedeeld in min of meer vergelijkbare groepen. CVG is ingedeeld in de groep ‘printing and writing paper’. De wereldtop wordt binnen deze groep vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens van 635 bedrijven en een nadere bestudering van de 10 procent best scorende bedrijven. In het energieefficiencyplan (EEP) dienen bedrijven die niet tot de wereldtop behoren (nu of in 2012), aan te geven wanneer en met welke maatregelen de top zal worden bereikt. Het EEP bevat daartoe een lijst van projecten, de daarmee verbonden besparingen en investeringen, en het tijdstip van realisatie. Ook bevat het plan een resultaatverplichting. De top moet zo snel mogelijk worden bereikt, maar uiterlijk in 2012. Voor fasering van de maatregelen zijn in het convenant criteria opgenomen voor de terugverdientijd. Bij de vaststelling van de wereldtop wordt gerekend met een verwachte autonome ontwikkeling (lees: verbetering) van de energie-efficiency van 0,8 procent per jaar, totdat verderop in de looptijd van het convenant de benchmark opnieuw wordt vastgesteld.
De benchmark zal nog herhaald worden in 2004 en 2008.

Convenant verpakkingen II
(1997-2001)
De voor CVG relevante doelstelling in het convenant is om de totale hoeveelheid nieuw op de Nederlandse markt te brengen verpakkingen sterk terug te brengen en/of te hergebruiken.
In 2001 is CVG erin geslaagd om het eenmalig gebruik van 1.000-liter containers voor hulpstoffen die in relatief kleine hoeveelheden nog werden gebruikt, volledig te voorkomen (in 1999 nog 292 containers). Dit was mogelijk door eind 2000 zeven nieuwe voorraadtanks in gebruik te nemen en door herbruikbare containers in te zetten.



(Bron: Noordhollands Dagblad 4 april 2001)

Naar 'Beschrijving van het bedrijf' Naar 'Bedrijfsmilieuplan'

 

   
milieujaarverslag.com
Van der Molen Environmental Internet Services